Geplaatst: Do Jul 23, 2009 9:59 pm Onderwerp: Maaseik
Kerk van Aldeneik
In de kerk van Aldeneik kan je een steen in de muur zien met « gaten ». De legende wilt dat op een dag de priester een hostie liet vallen (dit was in de tijd dat de priester het lichaam van God nog rechtstreeks op de tong legde). De oude vrouw, voor wie die hostie bedoeld was, bukte zich om die hostie op te rapen. Toen haar vingers de grond raakte brandde haar vingers echter in de tegel. Zo werd ontdekt dat deze vrouw een heks was. Waar haar vingers de tegel raakten ontstonden de gaten. _________________ "Life is Magick"
Magister Magus
In Maaseik start ook de Legende Route. Deze fietsroute brengt je voor het grootste deel langs Belgische wegen, maar je fiets ook de grens over naar Nederlands limburg. Deze route dankt zijn naam aan de vele legenden die in deze streek de ronde doen. De dorpen, gehuchten en boerderijen aan beide zijden van de Maas hebben een gemeenschappelijke legendebron: de Maas. Je vertrekt in Maaseik dat bijna op de grens van Belgisch en Nederlands limburg en zichzelf het culturele hart van de Maaskant noemt en leidt je verder langs de mooie Maasstadjes Thorn en Stevensweert.
Aldeneik, gesticht in 730, is een gehucht van de Belgische stad Maaseik. Volgens een legende zou Aldeneik ontstaan zijn uit het klooster gelegen in Aldeneik. Het ligt langs de Maas, vlak aan de Nederlandse grens. In Aldeneik ligt een deels romaanse, deels gotische Sint-Annakerk.
Er bestaan verschillende legendes over de manier waarop Aldeneik is ontstaan. Hieronder staan de bekendste beschreven.
De Duivel blies de kaars uit
Lang geleden stichtten de twee adellijke zusters, Herlindis en Relindis, van Frankische afkomst een klooster te Aldeneik. Ze schreven de Codex Eyckensis, een evangelieboek. De duivel kon niets anders doen dan toekijken. Tot hij op het idee kwam om de kaarsen uit te blazen. Maar een engel kwam het licht weer aansteken. Het evangelie wordt nog altijd bewaard en gebruikt in Maaseik.
De kleefsteen
Op een zekere dag deelde de kruisheer van Maaseik de hosties uit in de kerk. Op een zeker moment was er wat rumoer achterin de zaal. Hij vroeg wat er was. Enkele bewoners van de stad scholden een oude vrouw uit voor heks en riepen dat ze de kerk en de stad moest verlaten. De kruisheer had medelijden met haar en zei dat ze de communie mocht komen halen, om te bewijzen dat ze geen heks was. Hij legde de hostie op haar tong en hield haar mond enkele seconden dicht, om te voorkomen dat ze hem zou aanraken. Toen iedereen dacht dat ze de hostie had doorgeslikt, liet hij haar kaak los. De hostie viel er weer uit. Ze wou hem oprapen, maar haar vinger plakten aan de grond. Snel raapte de kruisheer de hostie op en de heks werd verbrand op de markt van Maaseik
Rond 730 stichtten de gezusters Harlindis en Relindis op het domein van hun vader Adelard, dichtbij de Maas, het Benedictinessenklooster Eike.
De Noormannen (9e en 10e eeuw) verwoestten het vrouwenklooster. De kerk werd in het derde kwart van de 9de eeuw heropgebouwd. Om te voorkomen dat de goederen van de abdij aan plaatselijke edelmannen zou toevallen, schonk keizer Otto I het domein aan het Prinsbisdom Luik. De prinsbisschop stichtte er een kapittel van kanunniken.
De kanunniken bouwden in de tweede helft van de 12e eeuw de nu nog grotendeels bestaande romaanse kerk, die aanleunde tegen hun kapittelkerk. De westbouw en het polygonaal gotisch koor dateren uit de 13e eeuw. Toen de kanunniken in 1571 verhuisden naar Maastricht werd de parochiekerk afgebroken en werd de kapittelkerk omgevormd tot de huidige parochiekerk. In de tweede helft van de 19de eeuw werden de toren en de zijbeuken gerestaureerd, zij het op onnauwkeurige wijze.
Primitieve muurschilderingen in rode oker, uit de 13e eeuw, zijn de oudste van België
De knapkoek (of knapkook) is een koek afkomstig uit de Belgisch-Limburgse Maasvallei.
Het is een platte, ronde koek met een ietwat kruimelige structuur, maar wat de knapkoek het meest typeert zijn de ruwe suikerkorrels die bovenop mee ingebakken worden. Om hem te eten moet je in het midden duwen, en dan breekt hij mooi in 4 delen.
De knapkoek wordt thans beschouwd als een Belgische lekkernij en wordt vooral in Maaseik als specialiteit verkocht bij de plaatselijke, traditionele bakkerijen. Nochtans is het recept geheim en weten alleen de echte Maaseiker bakkers het echte recept.
Hij werd ontwikkeld als een soort scheepsbeschuit. In de tijd dat Maaseik nog een haven was aten de mensen aan boord deze knapkoek. Hij kon lang meegaan omdat hij niet kan uitdrogen.
Het is een oud verhaal, oud als het stadje zelf dat zich droomverloren weerspiegelt in het water van de Maas. Misschien werd het meegevoerd door een schipper over de lange waterweg van ergens in het zuiden. Misschien was het de wind die fluisterde tussen de hoge popelbomen langs de oever.
Maar neen. Het is ontstaan in het stadje zelf, lang geleden, door een verhalenmaker met een gouden hart en een gulle mond. Want zo leven er velen in dat stadje aan de Maas. De oude mensen glimlachen verlegen als zij eraan denken en de landman in de groene dorpen der vallei, grinnikt over die lichtgelovige stadsmensen, als het verteld wordt. Maar begrijpen doet hij niet.
Misschien waren het de eerste stralen der zon op die vroege junimorgen, die hem hadden wakker gemaakt, ofwel het geschreeuw van de veerman die vlak voor de Bleumerpoort zijn aak aanlegde.
Of misschien waren het de harde Maaskeien waarmee de oprit onder de brede boog van de poort gekasseid was en die hem een stijve rug bezorgd hadden.
Misschien ook wel die verdomde jeuk die hem al een ganse dag lang niet meer verlaten had.
Toch had hij goed geslapen op de harde stenen onder de stadspoort, met zijn opgerold wambuis als hoofdkussen. Geeuwend en zich krabbend kroop de bedelaar recht en voelde weer dat lege gevoel van zijn ingewanden, nu die scheepsbeschuit van gisterenavond verteerd was. 'Hier, kerel een knapkoek', had de rondborstige waardin van de Blauwe Handt geroepen, toen zij hem dat ding toewierp. Nog niet de kwaadsten, die lui van Maaseik en hun scheepsbeschuiten waren smakelijker dan die boekweitkoeken die hij in de dorpen had leren kennen.Nu was het tijd om op te stappen, want straks zou Jan Steenmetsers, de Sweyns, aan zijn rondgang door de straten beginnen om alle vreemde bedelaars en baantjesvolk
uit de stad te jagen...
Reyner Geurts, door de Magistraat der stad Maaseik aangesteld tot portier der Bleumerpoort, was een man die zich tenvolle bewust was van zijn verantwoordelijkheid tegenover het gemenebest. Ieder ogenblik van zijn niet zo rooskleurig bestaan naast zijn bazige echtgenote, wist hij welke zware verplichtingen op zijn ietwat afhangende schouders rustten. De veiligheid van zijn stadsgenoten hing af van zijn sleutel, waarmee hij iedere avond opnieuw de stadspoort diende te sluiten. Ook de toestand van de door passerende benden soldeniers leeggezogen schatkist zijner stad was, voor een gedeelte althans, afhankelijk van zijn waakzaam oog waarmee hij de voerlui en hun vrachten diende gade te slaan.
Reyner Geurts kende zijn pappenheimers. Gisterenavond nog had Willem van de Sangersmeulen van Steffenwert met een blijkbaar lege kar de stad willen inrijden. Doch de niet te verschalken blikken van de portier hadden al vlug de twee vaatjes dubbel gebeide ontdekt, zodat de kerel niet anders kon dan de vereiste accijns op de vreemde bieren te betalen, ondanks al zijn verhalen over de cijnsvrijheid van de Kruisbroeders, waar hij het goedje diende te leveren. Kortom, Reyner Geurts was een man van gewicht in het stille stadje, die wist dat de demon van het kwaad overal aanwezig was.
Daarom ook besefte hij onmiddellijk toen hij die morgen uit de portierswoning stapte en onder het gewelf van de hoge poort het rare ding zag liggen, dat dit het werktuig van de Kwade was.
Eén enkel ogenblik stond hij radeloos van angst. Wat hij hier zag, was nog nooit door een mensenoog aanschouwd: een vod, een stuk versleten weefsel. Maar duidelijk had hij het gezien.... het ding bewoog....
Toen Geertruydt van de Porte haar man zag wegrennen, begreep zij dat hier haar kans lag. Lang reeds droomde zij ervan een stapje hoger te raken op de maatschappelijke ladder. Portierster van de Bospoort worden, dat was haar droom. Want daar lag het ware middelpunt der stad, daar werden de hoogste sommen weggeld geïnd, daar ook gebeurden de belangrijke dingen die zij, Geertruydt kon verder vertellen, terwijl zij door tientallen belangstellenden gehoord werd.....
Nu zou blijken dat haar man, Reyner, niet de sukkelaar was waarvoor iedereen hem hield. Nu zou hij de stad van de Boze redden.....
Geertruydt van de Porte haalde nog eens diep adem en liep toen zo snel haar lichaam haar dragen kon in de richting van de markt, terwijl zij riep:'Het spookt, het spookt.'
Dominus Arnoldus Spineux, scholaster van het Hoog-waardig Collegiaal Kapittel van OLVrouw van Maaseik, spruit van één der belangrijkste geslachten der stad en oud student der Rooms Katholieke universiteit van Loven,glimlachte.
Inderdaad, de listen van de vijand uit de Hel zijn menigvoud. Dat herinnerde de Eerwaarde zich nog uit zijn Cursus Theologica. Maar een stuk versleten weefsel dat bewoog zonder beweger?
Motus sine Motore? Neen, Reyner Geurts had waarschijnlijk te laat in de Dobbele Adelaar op de markt de stadspolitiek besproken en te veel dubbele gebrouwde geproefd.
Trouwens, wat Dominus Arnoldus zich nog goed herinnerde uit zijn Leuvense jaren was het onvoldoende dat hij gehaald had op dat éne onderdeel van de theologica practica dat exorcisme heette, of zoals het vulgus zei: duivelbezwering. Met geen mogelijkheid had hij ooit die ellenlange formule uit het hoofd kunnen opzeggen. 'Vade Satanas...', zo begon zij,maar dat was ook alles wat de kanunnik zich herinneren kon.
Trouwens de scholaster had wel iets anders te doen dan demonen uitdrijven. De deken van het Kapittel had hem opgedragen vandaag eindelijk eens de juiste berekening te maken van die veel te hoge aanslag van de stadsaccijns betreffende de 'Rhensche wijnen en de vremde bieren.' Neen hoor, Reyner Geurts was een goed christen en een plichtsgetrouw portier. Maar daarmee was ook alles gezegd.
De Erentfeste Heer Scholtis, officier van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins van Luik in de goede stede van Eyck nipte aan zijn wijn en glimlachte. Wat was het leven goed. Hij zette de zilveren roemer op tafel en bewonderde de fijn geciseleerde versiering. Zilversmid Malders was een bekwaam kunstenaar, dacht hij, terwijl zijn vingers nog even over het koele metaal zweefden. De man had wel een hoge prijs gevraagd voor dit prachtige stuk vakwerk, doch met geen geld was het genot te betalen van een dronk bloedrode Bourgogne uit zulke recipiënt.
Scholtis Mouwens was een levensgenieter, hij dronk de dagen die de Heer hem schonk met volle teugen. Alhoewel....goed leven was duur en die inkomsten van een scholtis in een rustig stadje waren niet zo hoog. En zodoende waren er de schulden, de dukaten die de scholtis tegen een hoge rente geleend had in Den Lombaert.
Vroeger was het anders geweest. Ja, zijn voorgangers die hadden gouden tijden gekend. Toen waren er de veroordelingen van tovernaressen en heksen en de helft van de goederen van zulke veroordeelden kwamen de scholtis toe....
Daarom schrok de heer Scholtis dan ook met blijde verwachting uit zijn gemijmer op, toen de gerechtsbode buiten adem de kamer binnenviel en zei: 'Heer, een geval van hekserij'
De zonnestraal die door het gekleurde glas-in-lood de schemerige kamer binnenviel, verlichtte de dikke foliant waarin Eerwaarde Heer Johannes Herrendorfer, kanunnink van het kapittel, juist aan het lezen was. 'Malleus Maleficarum' luidde de titel 'De Heksenhamer'.
Dit was het boek waarin Dominus Herrendorfer haast dagelijks las, omdat hij wist dat de Boze steeds aanwezig was en dus diende bestreden te worden.
Nog herinnerde hij zich die zondag, hij was toen negen en koraaljongen van het kapittel. Nog zag hij hoe de vingers van Bette van Eyck zich als een verschrompelde, demonische klauw over de H.Hostie bogen en krampachtig aan de blauwe kerktegel bleven kleven. Nog hoorde hij de ijselijke kreet die dezelfde oude vrouw door de kerk van Eyck had uitgestoten. Nog rook hij, twee jaar later, de stank van verschroeid vlees toen op de Markt van de stad de vlammen langs haar oud, verdroogd lichaam likten en zij de vuurdood stierf.....
Alleen het vuur was in staat de gruwel van de hekserij te bestrijden, dacht Dominus Herrendorfer. Toen werd hij uit zijn gepeinzen gewekt door het geschreeuw van mensen op de straat. 'Hekserij, hekserij', hoorde hij. Dominus Herrendorfer nam boek en kwispel en ging naar waar zijn plicht hem riep.
Terwijl de jongen zijn zevende brasem uit het water van de Maas trachtte te halen, hoorde hij achter zich bij de Bleumerpoort het lawaai aanzwellen. Haastig sprong hij op, rende erheen en toen zag hij ze.
Zij kwamen van overal. Uit de Bleumerstraat, langs de Blije Hoek en langs het klooster van Sion. Zij stonden er met honderden om het spektakel te aanschouwen. De waard uit de Dobbele Adelaar was er met enkele vroege klanten, de boer uit St. Joris, Jan Ramekers, de zeeldraaier die zijn huisje op de wal verlaten had, Joris van het Marktschip dat aan de Blauwe Handt gemeerd was Scholtis Mouwens met zijn twee gerechtsboden, burgemeester Matthijs van Wenthuysen, de witte pruik scheef op zijn hoofd, Hill, de wijsvrouw, Tonis de batmeester die zijn werk aan de oever verlaten had, ja zelfs enkele schutters van de aloude Sinte Catharijnencompagnie met de snaphaan in aanslag.
En daartussen Dominus Herrendorfer in kanunnikaal gewaad met de kwispel sprenkelend en roepend: 'Vade Satanas. Zijt gij van God sprekt, Zijt gij van den duivel, vertrekt.' En ondertussen keek de hele mensenmassa met sprakeloze blikken naar de met Maaskeien geplaveide grond onder het welfsel der poort.
Voorzichtig naderde de jongen en toen zag hij het: een onooglijk, versleten wambuis. Maar hoe wonderlijk: het bewoog.
En in zijn helder jongenshoofd begreep hij het: die bedelaar die daar vanmorgen vroeg te slapen lag. (Die bedelaar die zich voortdurend jeukte van het ongedierte) En midden in die plechtige stilte van huiver voor het huiveringwekkende zei hij met lachende jongensstem 'Kijk, het ding beweegt van de vlooien.
Er gaat ook een ''verhaal'' rond, dat als je de koek op de originele manier breekt (duim in het minden en drukken!) en je hem in 4 stukken krijgt je officieel in Maaseik mag komen wonen.
Wilibrordusput/Bron van Wodan
De Wilibrordusput is een waterput, gebouwd op de plaats waar Willibrord een kruis op de grond zou hebben getekend, waarna er zoet water opwelde. Volgens de legende zou de put geneeskrachtig water hebben geleverd.
In het oosten van Midden-Limburg bestaat de traditie van de zogenoemde St.-Willibrordusweg of -pad, de weg die de heilige zou zijn gegaan tussen Susteren en Aldeneik
In Susteren bezat St. Willibrordus sinds 714 een monastieke cel; in Aldeneik zouden de St. Harlindis en St. Relindis hun klooster gesticht hebben. Op historische gronden is betrokkenheid van St. Willibrord bij de stichting in Aldeneik inderdaad aannemelijk; aldaar bevindt zich ook een Willibrordusput. Ook wordt in Aldeneik een wijnwonder van St. Willibrordus gesitueerd. In Stramproy bestaat, ten minste sinds de 19e eeuw, de traditie van het St. Willibrorduspad door Stramproy. Volgens Creemers (1872) loopt het St.Willibrorduspad, dat ‘als eene merkwaardigheid onzes dorps’ wordt beschouwd, ‘in de richting van het Westen naar het Oosten , recht door het veld (..) en op nagenoeg gelijken afstand van de kerk enerzijds, en van de aardenbaan naar Bocholt anderzijds’, en verliest het zich ‘in den straatweg, die naar Weert leidt. De volksoverlevering beweert, dat het de weg is, dien de H. Willibrordus genomen heeft, toen hij hier ten lande het geloof verkondigde. Wat hiervan zij, blijkbaar leidt het de kerk voorbij, waaraan het dus zijnen naam niet ontleent’.
Wilibrordusput/Bron van Wodan
De Wilibrordusput is een waterput, gebouwd op de plaats waar Willibrord een kruis op de grond zou hebben getekend, waarna er zoet water opwelde. Volgens de legende zou de put geneeskrachtig water hebben geleverd.
In het oosten van Midden-Limburg bestaat de traditie van de zogenoemde St.-Willibrordusweg of -pad, de weg die de heilige zou zijn gegaan tussen Susteren en Aldeneik
In Susteren bezat St. Willibrordus sinds 714 een monastieke cel; in Aldeneik zouden de St. Harlindis en St. Relindis hun klooster gesticht hebben. Op historische gronden is betrokkenheid van St. Willibrord bij de stichting in Aldeneik inderdaad aannemelijk; aldaar bevindt zich ook een Willibrordusput. Ook wordt in Aldeneik een wijnwonder van St. Willibrordus gesitueerd. In Stramproy bestaat, ten minste sinds de 19e eeuw, de traditie van het St. Willibrorduspad door Stramproy. Volgens Creemers (1872) loopt het St.Willibrorduspad, dat ‘als eene merkwaardigheid onzes dorps’ wordt beschouwd, ‘in de richting van het Westen naar het Oosten , recht door het veld (..) en op nagenoeg gelijken afstand van de kerk enerzijds, en van de aardenbaan naar Bocholt anderzijds’, en verliest het zich ‘in den straatweg, die naar Weert leidt. De volksoverlevering beweert, dat het de weg is, dien de H. Willibrordus genomen heeft, toen hij hier ten lande het geloof verkondigde. Wat hiervan zij, blijkbaar leidt het de kerk voorbij, waaraan het dus zijnen naam niet ontleent’.
Wilibrordusput/Bron van Wodan
De Wilibrordusput is een waterput, gebouwd op de plaats waar Willibrord een kruis op de grond zou hebben getekend, waarna er zoet water opwelde. Volgens de legende zou de put geneeskrachtig water hebben geleverd.
Klopt, was dat stukje nog vergeten te verwijderen, is aangepast. Als ik meer info vind plaats ik het erbij!
MagisterV schreef:
Mina schreef:
Om hem te eten moet je in het midden duwen, en dan breekt hij mooi in 4 delen.
Dat is absoluut niet waar!!! (en hier spreekt een man met ervaring!)
Heb het enkel over genomen als hoe het op internet stond. Bij mij lukte 't wel. Maar idd, niet bij iedereen. _________________ Water; Our blood! Air; Our breath! Earth; Our body! Fire; Our spirit!
Duivels Lid!
Ooit leefde in Heppeneert ridder Riddart, bijgenaamd de Kaartridder, die verslaafd was aan gokken tijdens kaartspelen en aan drank, met financiële problemen tot gevolg. Om die problemen “eervol” op te lossen verkocht de ridder zijn ziel aan de Duivel. De Duivel had daarvoor reeds geprobeerd een boer tijdens het kaarten te “verleiden”. Doch op een bepaald moment keek die boer naar beneden en zag dat de “man” geen schoenen aanhad maar hoefijzers droeg. Ook bleken alle klaveren uit het kaartspel verdwenen te zijn. De boer maakte een kruisteken en de “vreemdeling” vloog door de muur, liet een groot vuur achter en ging naar de ridder waar hij meer succes had. Door zijn ziel te verkopen kon Riddart zeven jaren genieten van geldelijke overvloed. Iedere avond gaf hij een feest voor zijn vrienden en genoot hij van wereldse genoegens. Ook won hij ieder kaartspel. Detail: tijdens het kaarten mocht Riddart nooit kaarten gebruiken omdat deze teveel op klaveren lijken. Toch blijft hij een vrij devoot man en brandt iedere avond een kaarsje voor Sint Gertrudis en bad hij drie weesgegroetjes. Na deze jaren was echter de tijd voor de ridder aangebroken om de Duivel te “betalen” en zijn ziel af te staan. De ridder reed naar het Duivelbrugje om zijn ziel en leven af te staan, alwaar hij om twee minuten vóór middernacht arriveerde. Dit gaf de Duivel slechts enkele minuten om de ridder te “nemen”. Echter, de ridder bleek niet de enige ruiter op het paard te zijn want zonder dat Riddart het wist zat Sint Gertrudis achter hem waardoor de Duivel geen macht had over de ridder (volgens sommige bronnen was het Maria zelve die op het paard zat). De Duivel verdween in zwaveldamp en keerde terug naar de hel.
Sindsdien werd de brug Sint-Geerterbrug (van Sint-Gertrudis?) genoemd. Veel blijft daar echter niet van over aangezien iedereen in de streek de bewuste brug “Duivelbrukske” noemt en de straat die er over gaat ook Duivelsbrugweg heet.
Hoe dan ook, de ridder was gered, beterde zijn leven en leefde nog lang en gelukkig.
In de kerk van Heppeneert (een gehucht van Maaseik) kan je nu nog een steen met de kaartsymbolen zien die in de muur is ingemetseld. Volgens sommige bronnen komt deze steen uit de originele brug.
In het Mariapark achter de kerk staat een beeld over de legende van de Kaartridder:
Vòòr de kerk staat er een kunstwerk over deze legende:
Raad eens wat de naam is van de plaatselijke feestzaal?
Het “Duivelsbruggetje” is vrij ontgoochelend:
Natuurlijk kon ik het niet laten om onmiddellijk van deze legende een kaarteffect te creëren. Wordt eerstdaags gepubliceerd … _________________ "Life is Magick"
Magister Magus
In de kerk van Heppeneert (een gehucht van Maaseik) kan je nu nog een steen met de kaartsymbolen zien die in de muur is ingemetseld. Volgens sommige bronnen komt deze steen uit de originele brug.
Is deze steen te zien op deze foto ? Ik kan hem niet vinden...
Tijden zijn in GMT + 1 uur Ga naar pagina 1, 2Volgende
Pagina 1 van 2
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit subforum Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum Je mag je berichten niet bewerken in dit subforum Je mag je berichten niet verwijderen in dit subforum Je mag niet stemmen in polls in dit subforum